Aaltjes keuzewijzer

Hulp Nodig?
Wij kijken met je mee!

Identificeer mijn plaag

Aaltjes keuzewijzer

Welke aaltjes voor welke plaag? De complete keuzewijzer

Aaltjes zijn krachtig, maar het succes staat of valt met de juiste soort kiezen. Niet elk aaltje bestrijdt dezelfde plaag, en niet elke plaag reageert op dezelfde soort.

Deze keuzewijzer van Econema helpt je snel de juiste keuze te maken. Per plaag vind je de aanbevolen aaltjessoort, het behandelmoment en de belangrijkste aandachtspunten.

HOE KIES JE?

1. Welke plaag heb je? Identificeer zo nauwkeurig mogelijk
2. Waar bevindt de plaag zich? In bodem, op blad of in pot?
3. Bodemtemperatuur? Elk aaltje heeft zijn eigen optimum
4. Wanneer is het beste behandelmoment?

OVERZICHT

1. Tripsen: Steinernema feltiae — blad + bodem, vanaf 10°C
2. Rouwvliegjes: Steinernema feltiae — potgrond, vanaf 5°C
3. Mieren: Steinernema feltiae — nestingang, vanaf 12°C
4. Engerlingen: Heterorhabditis bacteriophora — bodem, vanaf 12°C
5. Emelten: Steinernema carpocapsae — gazon, vanaf 10°C
6. Taxuskever/snuitkever: S. kraussei of H. bacteriophora
7. Buxusmot: Steinernema carpocapsae — bladbespuiting, vanaf 8°C

Tripsen en rouwvliegjes — Steinernema feltiae

Tripsen — Toepassing: op blad en in bodem. Temperatuur: vanaf 10°C. Behandelmoment: bij eerste signalering, heel seizoen.

Rouwvliegjes — Toepassing: in potgrond en tuingrond. Temperatuur: vanaf 5°C. Behandelmoment: heel jaar bij besmetting. Tip: combineer met gele vangplaten.

Engerlingen en emelten

Engerlingen — Heterorhabditis bacteriophora. Temperatuur: vanaf 12°C. Behandelmoment: maart–mei en augustus–oktober. Bevochtig grondig voor en na toepassing.

Emelten — Steinernema feltiae . Temperatuur: vanaf 10°C. Behandelmoment: september–november.

Taxuskever, snuitkever en buxusmot

Taxuskever/snuitkever — Steinernema kraussei (vanaf 5°C) of Heterorhabditis bacteriophora (optimaal 12–25°C). Behandelmoment: augustus–oktober.

Buxusmot — Steinernema feltiae als bladbespuiting. Temperatuur: vanaf 8°C. Behandel per generatie (april, juli, september).

Algemene tips voor toepassing

1. Breng aan bij bewolkt weer of in de avond — UV-licht beschadigt aaltjes
2. Bevochtig grond voor en na behandeling
3. Gebruik gieter zonder te fijne zeef
4. Bewaar aaltjes in de koelkast (4–8°C)
5. Herhaal bij zware besmetting na 2 tot 3 weken

Samenvatting

De juiste aaltjessoort kiezen is bepalend voor het succes. Steinernema feltiae werkt breed tegen rouwvliegjes, tripsen, mieren en buxusmot. Steinernema carpocapsae voor mieren, emelten en buxusmot. Heterorhabditis bacteriophora voor engerlingen en taxuskevers bij hogere temperaturen.

Lees ook:

Wat zijn aaltjes? De complete gids voor nematoden in de tuin
Biologische plaagbestrijding: hoe werkt het en waarom is het beter?
Aaltjes in de moestuin: wanneer, hoe en welke soort?

INFORMATIE OVER de Aaltjes

Hoe gebruik ik de aaltjes?

FAQ

Hoe zit dat met Aaltjes?

Ja. Verschillende soorten interfereren niet met elkaar en bestrijden elk hun eigen doelplaag.

Beschrijf de schade en neem contact op met Econema via www.econema.nl. Wij helpen je de plaag identificeren.

Na 2 tot 4 weken zie je minder schade en minder activiteit. Bij bodemplagen kun je graven om het aantal larven te controleren.

Ja. Insectenparasitaire aaltjes zijn toegestaan in de gecertificeerde biologische teelt.

AALTJES TEGEN
Alle artikelen
Rouwvliegjes en larven
zwart vliegje (3-4 mm)

Rouwvliegjes

Schade door tripsen
Slank insectje (1–2 mm)

Tripsen

Schade door mieren
zwart of bruin (2–6 mm)

Mieren

Emelten plaag
grijsbruine larven (3–4 cm)

Emelten

Contact image

Econema

online

Waar kan ik je bij helpen?
by Best4u Media